Rb. Rotterdam 10 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4144
Het UWV heeft een aanvraag voor een Wazo-uitkering afgewezen, omdat eiseres niet 24 weken zwanger is geweest. Bij een uitkeringsaanvraag als het onderhavige is het aan eiseres (de aanvraagster) om aannemelijk te maken dat zij aan de voorwaarden voor toekenning voldoet. Niet is gebleken dat zij dat in dit geval wat betreft de zwangerschapsduur op een andere wijze kan doen dan door een verklaring van de verloskundige over te leggen. De verloskundige heeft verklaard dat eiseres 23 weken en 5 dagen zwanger is geweest. De verloskundige heeft onbetwist toegelicht dat de daarbij gehanteerde CRL-meting geen absoluut bewijs is om de geboortedatum vast te kunnen stellen, vanwege de foutmarge van 2-3 dagen die een CRL-meting in het eerste trimester bevat. Uit de omstandigheid dat de Richtlijn zwangerschap en bevalling als oorzaak van ongeschiktheid voor haar arbeid (slechts) spreekt over 24 complete weken volgt dat onzekerheid door de foutmarge in de Richtlijn is geaccepteerd, welke onzekerheid echter niet is gekwantificeerd. Een redelijke uitleg van de Richtlijn, die geen bepaald percentage aan zekerheid verlangt, brengt daarom, mede gelet op hetgeen technisch (on)mogelijk is en op de aard van de betrokken belangen, met zich dat niet een betrekkelijk willekeurig deel van de onzekerheid door de foutmarge aan de aanvraagster mag worden tegengeworpen. Verder valt niet in te zien dat en hoe de regeling praktisch onuitvoerbaar zou worden indien er bij elke aanvraag rekening gehouden zou moeten worden met de potentiële foutmarge. Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit in strijd met de Richtlijn is genomen en daarom moet worden vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl