Rb. Rotterdam 1 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4138

Uit één of beide tankcontainers is bij belading op het motorschip "[naam schip]" in de haven in Rotterdam de gevaarlijke stof azijnzuuranhydride , een derivaat van azijnzuur, gelekt op de ruimvloer van het schip, met veel schade aan die ruimvloer tot gevolg. In de 'hoofdzaak' spreekt de scheepseigenaar/vervoerder/vervrachter en diens verzekeraar de afzender/bevrachter aan. In de 'vrijwaringszaak' spreekt (onder andere) die partij de bezitter van de tankcontainers aan. Afzenderaansprakelijkheid. Art. 8:913 BW. Bezittersaansprakelijkheid . Art. 6:173 BW. Tijdelijke regeling verhaalsrechten. Art. 6:197 BW. Eigen schuld- verweer vanwege onjuiste wijze van reiniging van de ruimvloer. Art. 6:101 BW. Basis voor vergoeding van de door de verzekeraars gemaakte expertisekosten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken