Rb. Rotterdam 30 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3855
Financieel toezicht, Wta. Bestuurlijke boete vanwege het zonder de juiste vergunning verrichten van de wettelijke controle bij een organisatie van openbaar belang (OOB). Anders dan eiseres aanvoert, blijkt uit de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) dat eiseres een OOB-vergunning nodig had om bij haar controlecliënt de wettelijke controle van de financiële verantwoording over het boekjaar 2018 te mogen verrichten. Tussen partijen is niet in geschil dat de controleclient dat hele boekjaar een OOB was. Het had eiseres op basis van de Wta duidelijk kunnen en moeten zijn dat zij artikel 5, eerste lid, van de Wta overtrad door de wettelijke controle van de financiële verantwoording van haar controlecliënt over het boekjaar 2018 te verrichten. Het opleggen van een boete is dan ook niet in strijd met het lex certa-beginsel. De rechtbank heeft de boete met 5% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl