Rb. Rotterdam 4 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3558

Niet is weersproken dat het aflossingsbedrag is vastgesteld op het oude, vóór de invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv), geldende bedrag van € 67,90. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van verweerder dat verzoeker geen spoedeisend belang bij zijn verzoek om voorlopige voorziening heeft. Bij de beoordeling hiervan neemt de voorzieningenrechter mede in aanmerking de uitspaak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 26 januari 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:1) over de ongewenste en onvoorziene gevolgen van de inwerkingtreding van de Wvbvv op 1 januari 2021 voor de beoordeling van de aflossingscapaciteit van AOW-gerechtigden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken