Rb. Rotterdam 16 januari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:274
Aan eiseressen is vrijstelling op grond van artikel 6 Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2002 (VBB) verleend. Zij hadden daarvoor vrijstelling op grond van artikel 5. Eiseressen stellen dat ten onrechte niet alle voorwaarden die behoren bij de artikel 5 VBB-vrijstelling van toepassing zijn verklaard op de huidige vrijstellingen op grond van artikel 6 VBB. Het beroep is gegrond verklaard, omdat de ondertekening in de beslissingen op bezwaar niet juist is. De bestreden besluiten zijn kort na zitting bekrachtigd. De rechtbank heeft aanleiding gezien de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten. Verweerster heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom zij de gevraagde voorwaarden niet aan de vrijstellingen heeft willen verbinden. Op het moment dat zich de situatie van een fusie, splitsing of doorstart concreet voordoet, kan een verzoek om vrijstelling van de verplichte deelname worden ingediend en kan verweerster een beslissing nemen over het al dan niet voortzetten van de vrijstelling(en) en de daaraan verbonden voorschriften. Uit de e-mails kan geen harde toezegging worden afgeleid. Van strijd met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel is geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl