Rb. Rotterdam 1 november 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10905

ABC Mortel stelt dat gedaagde aansprakelijk is voor haar schade op grond van artikel 8:1004 BW dan wel artikel 6:162 BW. Het schuldvermoeden van artikel 8:1004 BW is niet van toepassing. In dit geval heeft de aanvaring plaats gevonden met een sluisdeur. De sluisdeur is weliswaar bevestigd aan het vaste deel van de sluis, maar kan naar het oordeel van de kantonrechter niet worden aangemerkt als een vaste of vastgemaakte zaak in de zin van artikel 8:1004 lid 1 BW. Het betreft namelijk een bewegend onderdeel daarvan die met het oog op het verlenen van doorvaart aan schepen van dit bewegende onderdeel is voorzien en door een sluiswachter wordt bediend. Van het niet of nauwelijks bewegen van dit onderdeel is dan ook geen sprake. Van belang is voorts dat niet in geschil is dat de sluisdeuren zich sloten en dus in beweging waren op het moment dat (dan wel zeer kort voordat) [naam schip] daarmee in aanraking kwam en deze door de sluiswachter werden bediend. Gedaagde heeft zich er bovendien op beroepen dat de aanvaring door een fout van de sluiswachter is veroorzaakt, zoals hierna verder wordt toegelicht. ABC Mortel moet dan ook stellen en bewijzen dat de schadevaring heeft plaatsgevonden door schuld van het schip. Dit is door gedaagde gemotiveerd betwist en staat vooralsnog niet vast. ABC Mortel krijgt een bewijsopdracht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken