Rb. Rotterdam 18 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10458
Wzd. Schadevergoeding op grond van artikel 44 Wzd. Afwijzing van dit verzoek. Het CIZ heeft geen verzoek voor een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ingediend, maar ook niet het al lopende verzoek voor een rechterlijk machtiging ingetrokken. Het verzoek voor een rechterlijke machtiging is afgewezen omdat betrokkene geen verzet toonde tegen haar verblijf in de instelling. Volgens de advocaat van betrokkene was het verblijf tussen het aflopen van de termijn van de inbewaringstelling en de behandeling van het verzoek voor een rechterlijke machtiging onrechtmatig. De rechtbank is van oordeel dat, nu betrokkene vanaf de dag van opname in het kader van de inbewaringstelling geen verzet meer toonde, er vanaf die datum geen sprake meer was van een onvrijwillige opname. Dan is er geen grond voor schadevergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl