Rb. Rotterdam 9 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7103

Erfrecht. Broer en zus zijn samen erfgenaam van moeder. Broer stelt dat het vermogen van moeder in de periode van ongeveer tien jaar voor en tot kort na haar overlijden met een bedrag van € 107.197,96 is verminderd. Onder dit bedrag vallen geen vaste lasten of uitgaven die op het levensonderhoud van moeder zien. Volgens broer heeft zus deze bedragen van de bankrekening van moeder naar haar eigen bankrekening overgeboekt en met haar gemachtigdenbankpas opgenomen van de bankrekeningen van moeder en zijn deze bedragen niet aan moeder ten goede gekomen. Tegen deze achtergrond heeft broer een aantal vorderingen ingesteld. De rechtbank is van oordeel dat in onderhavige situatie niet gesproken kan worden van beheer door zus, over de behoorlijkheid waarvan zij rekening en verantwoording dient af te leggen. In het kader van een aanvullend beroep op de legitieme portie door broer, merkt de rechtbank wel een bedrag van € 82.296,35 aan als giften aan zus, waar bij de berekening van de legitimaire massa rekening mee moet worden gehouden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken