Rb. Rotterdam 1 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:601
Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van het tenlastegelegde handelen in strijd met artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet wegens verjaring. Verdachte rechtspersoon wordt veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met de zorgplicht a.b.i. artikel 9.2.1.2 Wm. Overwegingen m.b.t. ‘beroepshalve’, ‘wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden’, toerekening, opzet en medeplegen. Verdachte rechtspersoon en gemeente Tilburg hebben jarenlang in het kader van een re-integratieproject deelnemers aan dit project verf van historische treinen laten schuren, waarbij de kankerverwekkende stof chroom-6 is vrijgekomen. Verdachte rechtspersoon en gemeente Tilburg hebben nagelaten afdoende maatregelen te treffen om de gevaren van het werken met chroom-6 voor medewerkers van en deelnemers aan het project te beperken. Deelnemers en medewerkers waren niet op de hoogte dat er chroom-6 in de verf van de treinen zat en beschikten niet over (de juiste) persoonlijke beschermingsmiddelen en een adequate werkplaats. Toepassing van art. 23 lid 7 Sr (hogere boetecategorie) in verband met ernst van het feit. In strafmatigende zin wordt meegewogen dat verdachte rechtspersoon en gemeente Tilburg de 'Regeling tegemoetkoming chroom-6’ hebben ingesteld, op grond waarvan betrokkenen bij het project een financiële tegemoetkoming krijgen. De rechtbank legt aan verdachte rechtspersoon een geldboete van € 250.000,- op.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 23 Sr
- Artikel 24a Sr
- Artikel 47 Sr
- Artikel 51 Sr
- Artikel 339 Sv
- Artikel 1 WED
- Artikel 1a WED
- Artikel 2 WED
- Artikel 6 WED
- Artikel 9.2.1.2 Wm
- Artikel 2 MS
- Artikel 4.1c Arbobesluit
- Artikel 4.2 Arbobesluit
- Artikel 4.10a Arbobesluit
- Artikel 4.10d Arbobesluit
- Artikel 3 Arbowet
- Artikel 5 Arbowet
- Artikel 8 Arbowet
- Artikel 32 Arbowet