Rb. Rotterdam 15 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4083
Beroep tegen weigering van een omgevingsvergunning voor een tuinbouwkas voor het stallen van caravans. Verweerder heeft geen afwijking van het bestemmingsplan toegestaan, omdat een nieuwe kas voor een caravanstalling in strijd is met provinciaal beleid. Verweerder heeft de mogelijkheid om van het provinciale beleid af te wijken niet overwogen, terwijl hij heeft gesteld zelf geen ruimtelijke bezwaren te hebben tegen verlening van de omgevingsvergunning. Geen deugdelijke motivering. In een nadere motivering stelt verweerder dat de vergunning moet worden geweigerd wegens strijd met de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De rechtbank deelt de conclusie dat de bouw van een nieuwe kas voor een caravanstalling in strijd is met artikel 6.9 van de Omgevingsverordening. Bij strijd met de Omgevingsverordening moet het college in beginsel een als verklaring van geen bedenkingen aan te merken ontheffing als bedoeld in artikel 6.29 van de Omgevingsverordening aan het college van gedeputeerde staten vragen, tenzij het college een andere grond heeft om de gevraagde vergunning te weigeren. Verweerder heeft niet gesteld dat er een andere weigeringsgrond was en heeft zich er niet over uitgelaten waarom hij in het overleg met de provincie geen aanleiding zag om een ontheffing te vragen. Geen reden voor instandlating van de rechtsgevolgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 2 Wonw
- Artikel 6 Wonw
- Artikel 8 Wonw
- Artikel 12a Wonw
- Artikel 120 Wonw
- Artikel 3:46 Awb
- Artikel 6:19 Awb
- Artikel 7:1 Awb
- Artikel 4.1a Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening
- Artikel 2.10 Wabo
- Artikel 2.12 Wabo
- Artikel 2.27 Wabo
- Artikel 3.7 Wabo
- Artikel 1 Dienstenwet
- Artikel 6 EVRM