Rb. Rotterdam 24 maart 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:2384
Analoog aan de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep heeft de rechtbank geoordeeld dat bij de weigering om een restantschuld kwijt te schelden omdat de vordering is ontstaan door schending van de inlichtingenplicht, in volle omvang de feitelijke en juridische oordelen die daaraan ten grondslag liggen ter discussie kunnen worden gesteld, als de belanghebbende tegen de herziening en terugvordering geen rechtsmiddelen heeft aangewend. De rechtbank beschik over onvoldoende gegevens om een oordeel te kunnen geven over de vraag of sprake was van schending van de inlichtingenplicht.
De uitspraak op rechtspraak.nl