Rb. Rotterdam 3 maart 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:1700
Sprake is van een geldige opzegging na de beroepstermijn. Van een na afloop van de beroepstermijn gedane intrekking van het beroep kan niet meer worden teruggekomen behoudens wanneer sprake is van een wilsgebrek (ECLI:NL:RVS:2007:AZ7456 en ECLI:NL:CRVB:2015:1014). Indien de vertegenwoordiger van een partij bij vergissing een zaak intrekt wordt dit aan de vertegenwoordigde partij toegerekend (vergelijk ECLI:NL:RBROT:2020:2389). Van een wilsgebrek is de rechtbank niet gebleken. De door [Naam] genoemde persoonlijke omstandigheden leveren geen dwaling, dwang of bedrog op. Ook de omstandigheid dat [Naam] meende recht te hebben op terugbetaling van (een deel van) het griffierecht levert niet een dergelijk wilsgebrek op. Omdat [Naam] heeft volhard in het willen hervatten van de zaak, ziet de rechtbank zich genoodzaakt deze intrekking vast te leggen in een uitspraak en het beroep niet-ontvankelijk te verklaren (ECLI:NL:HR:2011:BT2297).
De uitspraak op rechtspraak.nl