Rb. Rotterdam 13 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:13090
Artikelen 6:162 BW; 6:162 BW juncto 2:11 BW; 6:10 BW juncto 6:102 BW juncto 6:101 BW; 10:125 BW; 11 Haags Vertegenwoordigingsverdrag; 4 lid 1 en 3 Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II-verordening) Rome II-verordening; 150 Rv; 788 lid 1 Verordening (EEG) Nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (Uitvoeringverordening Douanewetboek); 161 lid 5 douanewetboek; 3 lid 11, 8, 21 lid 2 en 43 lid 1, 2 en 3 Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten); 26 Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens (uitvoeringsverordening verordening dierlijke bijproducten). Kuminda heeft glycerine verkocht aan koper SKIP in Singapore. SKIP heeft Logix ingeschakeld voor het vervoer van Nederland naar China. Kuminda had een douane expeditie-overeenkomst gesloten met Logix. Logix heeft het vervoer van Rotterdam China geboekt bij Maersk. Logix heeft de vracht aan Maersk betaald. Maersk hanteert algemene voorwaarden met daarin een definitie van “Merchant” en diens verantwoordelijkheden. Maersk heeft een ordercognossement uitgegeven, waarop SKIP als afzender staat vermeld. De ontvanger was Fujian. De lading is gelost in de haven van Lianyungang te China. Fujian heeft de lading niet afgehaald, waarop Maersk, Logix en SKIP hebben geprobeerd de lading door te verkopen aan een andere partij. Maersk Gremberghen heeft opdracht verstrekt tot vernietiging van de lading. De lading bleef tot eind 2016 op de kade in China staan, waarna de Chinese douaneautoriteiten een procedure tot vernietiging van de lading in werking hebben gesteld. Tijdens deze procedure hebben de Chinese douaneautoriteiten vastgesteld dat de lading moest worden aangemerkt als “industrial waste”, als gevolg waarvan de vernietiging van de lading in China was verboden en bevolen dat de lading moesten worden geretourneerd naar Nederland. Maersk heeft de lading terug vervoerd naar de haven van Rotterdam, waar deze is gelost. Maersk vordert van Logix schadevergoeding uit hoofde van wanprestatie, omdat Logix niet alle uit de vervoersovereenkomst met Maersk voortvloeiende verplichtingen als “Merchant” zou zijn nagekomen, door niet alle douanevoorschriften en vereisten na te leven en zo met Kuminda onrechtmatige uitvoer van lading uit de Europese gemeenschap naar China te bewerkstelligen. Logix heeft volgens Maersk bovendien een verkeerde goederencode gebruikt. De rechtbank wijst de vordering af, omdat niet Logix maar SKIP afzender en contractuele wederpartij van Maersk is. Dat Logix de Merchant Clause (artikel 1 van de algemene voorwaarden) heeft aanvaard en daarmee is toegetreden tot de vervoerovereenkomst is gesteld noch gebleken. Maersk vordert van Kuminda schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad, omdat Kuminda als verkoper, exporteur en exploitant in 2015 lading zou hebben verkocht met eindbestemming China, een niet OESO-land, en geen documenten zou hebben opgemaakt die het terug invoeren van de lading in Nederland mogelijk zou hebben gemaakt bij eventuele weigering van de lading in China. Kuminda BRE en Kuminda Holding zijn volgens Maersk voor deze onrechtmatige daad van Kuminda aansprakelijk op grond van bestuurdersaansprakelijkheid en zij moeten ook op grond van bestuurdersaansprakelijk schade vergoeden die zou zijn ontstaan als gevolg van het leegtrekken van de Kuminda-vennootschappen/paulianeus handelen door Kuminda BRE en Kuminda Holding, waardoor Maersk zou worden gefrustreerd in haar verhaalsmogelijkheden. De rechtbank wijst de vordering tegen Kuminda toe. Door de glycerine in strijd met de verordening dierlijke bijproducten uit te voeren naar China en niet te voorzien van een GDB in geval van terug invoer in Nederland, heeft Kuminda onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig gehandeld. Wel is sprake van 50% eigen schuld Kuminda, omdat zij als vervoerder geen actieve houding had bij het zoeken naar een oplossing voor de gestrande lading, ter voorkoming van het almaar doorlopen van demurrage. De rechtbank wijst de vordering tegen Kuminda BRE en Kuminda Holding af, omdat Maersk niet heeft voldaan aan haar stelplicht. De rechtbank wijst de vordering van Logix tegen Kuminda af, omdat in de hoofdzaak de vordering van Maersk tegen Logix is afgewezen De rechtbank wijst de vordering van Kuminda tegen Logix af, omdat Kuminda is aan te merken als exporteur en exploitant, gelet op de gangbare werkwijze sinds de eerste verscheping glycerine in 2013 dat de aangiften voor uitvoer daarvan in naam van Kuminda als exporteur bij de douane werden ingediend, Logix en Kuminda B daar toen uitdrukkelijk overleg over hebben gevoerd en dit hebben vastgelegd in de douane expeditie-overeenkomst van 12 augustus 2013. Kuminda heeft daarbij verkeerde informatie verschaft aan Logix, wat niet aan Logix kan worden toegerekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl