Rb. Rotterdam 21 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12244

Wrakingsverzoek afgewezen. Ter zitting heeft de verdediging als preliminair verweerder gevoerd dat bij de dagvaardingen de termijn van minimaal drie dagen tussen betekening van de dagvaardingen en de terechtzitting niet in acht was genomen en die om die reden nietig moesten worden verklaard. De rechter heeft hierop beslist, zoals opgenomen in het proces-verbaal van de terechtzitting en is tot het oordeel gekomen dat verzoeker redelijkerwijs niet in zijn verdediging kan worden geschaad wanneer het onderzoek wordt voortgezet. Naar het oordeel van de wrakingskamer kan noch van deze beslissing, noch van de motivering ervan, gezegd worden dat die niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen