Rb. Rotterdam 29 november 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11491
Eindvonnis. Gedaagden hebben zich persoonlijk borg gesteld voor met eiseres gesloten financieringsovereenkomsten. Eiseres spreekt gedaagden in deze zaak aan op grond van de borgtochtovereenkomsten. Het verweer van gedaagden tegen de omvang van de vordering wordt verworpen. Verder is geen sprake van dwaling of misbruik van omstandigheden. De borgtochtovereenkomsten kwalificeren als zakelijke borgtochtovereenkomsten. De borgtochtovereenkomsten kunnen tot slot niet worden ontbonden. De vordering van eiseres wordt toegewezen en de veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De voorwaardelijke tegenvordering van gedaagden wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Noord-Nederland 9 november 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4277
- HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853
- Rb. Gelderland 3 maart 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:3480
- HR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:483
- HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1220
- HR 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:915
- HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012
- HR 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2632
- HR 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5526
- HR 17 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5169
- HR, ECLI:NL:HR:2007:BN1402