Rb. Rotterdam 17 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:1148

Omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken van het bestemmingsplan voor het plaatsen van twee windturbines. Er is eerder een vergunning verleend voor twee kleinere windturbines op dezelfde locatie. Het college mocht de nieuwe aanvraag voor twee grotere windturbines in behandeling nemen. De windturbines met grotere afmetingen dan het bestemmingsplan toelaat zijn niet in een strijd met een goede ruimtelijke ordening of met het criterium in de planregels dat de belangen van eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig mogen worden geschaad. Het college mocht uitgaan van de normen voor windturbines uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Volgens de uitgevoerde onderzoeken wordt aan die normen voldaan. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de vergroting van de ashoogte en de wieklengte met enkele meters ten opzichte van het bestemmingsplan tot de door hen gestelde effecten op de windstroming of tot andere relevante effecten leidt. Voor het overige zijn de effecten van de windturbines al bij de vaststelling van het bestemmingsplan beoordeeld. De afwijkingsbevoegdheid in de planregels kan niet worden gebruikt om een groter vermogen voor de windturbines mogelijk te maken. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak door het bezwaar gegrond te verklaren en het primaire besluit te herroepen, voor zover daarin in afwijking van het bestemmingsplan een gezamenlijk vermogen van 7,7 MW is vergund. De omgevingsvergunning blijft gelden, maar het gezamenlijke vermogen van de twee windturbines mag maximaal 7 MW zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken