Rb. Rotterdam 19 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11290

De verdachte heeft met een doorgeladen vuurwapen tegen het hoofd van het slachtoffer aangeslagen, waardoor dat wapen is afgegaan, het slachtoffer door het hoofd is geschoten en drie dagen later aan zijn verwondingen is overleden. Vrijspraak van doodslag wegens aanwezigheid van diverse contra-indicaties voor het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer. Bewezen wordt dood door schuld terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid. Daarnaast wordt het voorhanden hebben van een wapen en bijbehorende munitie bewezen verklaard. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar. De vorderingen van de benadeelde partijen worden deels toegewezen en deels niet ontvankelijk verklaard. De vordering die door de moeder van het slachtoffer in haar hoedanigheid als erfgenaam is ingediend, wordt niet-ontvankelijk verklaard nu de in artikel 6:95, tweede lid, BW genoemde mededeling achterwege is gebleven. Tot slot is de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk gedeelte van een eerder opgelegde straf gelast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen