Rb. Rotterdam 13 november 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10490

Het beroep van eiseres tegen de aan haar opgelegde boete is ongegrond. Overtreding kartelverbod. Met haar gedragingen heeft eiseres tussen 9 januari 2013 en 7 december 2018 geregeld de online wederverkoopprijzen van ten minste zeven detailhandelaren vastgesteld en daarmee de vrijheid van deze detailhandelaren beperkt om hun wederverkoopprijzen te bepalen. De ACM heeft deze gedragingen terecht gekwalificeerd als een overeenkomst en/of onderling afgestemde gedraging (o.a.f.g.). Het gaat hier om een verticale strekkingsbeperking. Anders dan eiseres meent zijn contractuele dwang, sancties of directe financiële prikkels geen voorwaarden voor de vaststelling van een verticale strekkingsbeperking. Een overeenkomst en/of o.a.f.g. die bestaat uit het rechtstreeks of zijdelings bepalen van de aan- of verkoopprijzen is een hardcore-beperking. Uit het arrest Super Bock Bebidas van het Hof van Justitie (C-211/22) volgt dat ook bij een hardcore-beperking nog moet worden beoordeeld of de overeenkomst of o.a.f.g. voldoende schadelijk is voor de mededinging. De rechtbank begrijpt deze rechtspraak zo dat die beoordeling vereist is omdat ook bij een hardcore beperking niet uitgesloten is dat in het concrete geval de mededinging onvoldoende wordt geschaad omdat bijvoorbeeld prijs een minder belangrijke concurrentieparameter is. In dit geval is prijs een belangrijke parameter. Anders dan eiseres stelt hoeft de ACM bij de beoordeling of sprake is van een mededingingsbeperkende strekking niet te onderzoeken of de concurrentie tussen merken (inter-brand concurrentie) wordt verzwakt. De rechtbank is van oordeel dat de ACM voldoende heeft gemotiveerd dat de gedragingen voldoende schadelijk voor de mededinging zijn. De ACM is terecht uitgegaan van een enkele voortdurende inbreuk. Geen sprake van strijd met rechten van verdediging en de opgelegde boete is passend en geboden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken