Rb. Rotterdam 4 november 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:9297

De rechtbank Rotterdam heeft de Stichting Rookpreventie Jeugd in het gelijk gesteld in de procedure die zij voerde tegen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De Stichting had de NVWA gevraagd om handhavend op te treden tegen de zogenoemde sjoemelsigaretten. Zij voert aan dat rokers van filtersigaretten veel meer van de schadelijke stoffen teer, nicotine en koolmonoxide binnenkrijgen dan op grond van de Europese Tabaksrichtlijn (Richtlijn 2014/40/EU) is toegestaan. De rechtbank stelde eerder zogenoemde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, die door het Hof op 22 februari 2022 zijn beantwoord. Omdat de meetmethodes (ISO-normen) die de Tabaksrichtlijn voorschrijft niet zijn gepubliceerd, kunnen die volgens het Hof wel worden tegengeworpen aan ondernemingen, maar niet aan particulieren in het algemeen. Dit betekent volgens de rechtbank dat de NVWA bij de beoordeling van het handhavingsverzoek van de Stichting niet kan terugvallen op de meetmethoden uit de Tabaksrichtlijn. Op basis van de door het Hof gegeven antwoorden, is de rechtbank van oordeel dat de meetmethode die is gebruikt om vast te stellen of in Nederland verkochte filtersigaretten voldoen aan de in de Tabaksrichtlijn gestelde grenswaarden voor teer, nicotine en koolmonoxide, niet voldoet aan de Tabaksrichtlijn. De rechtbank komt tot dat oordeel omdat de Tabaksrichtlijn eist dat de hoeveelheid teer, nicotine en koolmonoxide wordt gemeten die vrijkomt bij het op de normale wijze roken van een filtersigaret. Met de voorgeschreven meetmethode wordt dat echter niet gemeten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken