Rb. Rotterdam 4 oktober 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:8175

Boete voor niet reinigen en ontsmetten van vrachtwagen waarmee dieren zijn vervoerd. Ten tijde van de overtreding gold de Regeling preventie maar die is hangende beroep ingetrokken vanwege de inwerkingtreding van de Europese diergezondheidsverordening 2016/429. Ter uitvoering daarvan is Verordening 2020/688 en daarin staat in art. 4 dat vervoermiddelen zo snel mogelijk moeten worden gereinigd en ontsmet. De rechtbank stelt vast dat deze norm minder streng is dan de destijds geldende nationale bepaling en toetst aan die nieuwe minder strenge norm. Voor de rechtbank is onvoldoende duidelijk dat voor de chauffeur daadwerkelijk alle faciliteiten voor reinigen en ontsmetten op het slachthuis beschikbaar waren. Er staat dus onvoldoende vast dat de chauffeur op het slachthuis zijn wagen had kunnen reinigen en ontsmetten op de voorgeschreven wijze. Wel staat vast dat hij dat daarna op het dichtbij gelegen eigen bedrijf heeft gedaan en dus kan niet worden geconcludeerd dat het vervoermiddel niet bij de eerste (volledige) mogelijkheid is gereinigd en ontsmet. Overtreding van art. 4 Vo 2020/688 kan dus niet worden vastgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen