Rb. Rotterdam 1 september 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7248

NZa heeft vier zorgverzekeraars bestuurlijke boeten opgelegd wegens overtreding van de Regeling Transparantie zorginkoopproces Zvw. Het eerste lid van artikel 7 van de Regeling bepaalt dat indien de zorgverzekeraar een wijziging aanbrengt in de informatie zoals bekendgemaakt op grond van artikel 4, hij dit tijdig bekend maakt op dezelfde wijze waarop de bekendmaking van de eerdere informatie heeft plaatsgevonden. Uit het tweede lid volgt dat wijzigingen na 1 april bij bekendmaking door de zorgverzekeraar moeten worden gemotiveerd. De rechtbank is van oordeel dat er geen grondslag bestaat voor het onderscheid dat de verzekeraars aanbrengen tussen wat zij materiële en procedurele wijzigingen noemen. Dit onderscheid strookt niet met de tekst en strekking van artikel 7 van de Regeling. Die bepaling kan niet los worden gezien van artikel 4 van de Regeling. Het betoog van de verzekeraars dat zij over de overtreding van artikel 7 van de Regeling met betrekking tot farmaceutische zorg nog niet waren gewaarschuwd, zodat de NZa reeds om die reden ten aanzien van die overtreding in redelijkheid geen boete had kunnen opleggen, slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de NZa bij de neerwaartse bijstelling onvoldoende rekening heeft gehouden met de beperkte ernst van de laatste twee overtredingen. De rechtbank acht de overtredingen in het inkoopproces voor hulpmiddelen en farmacie minder ernstig omdat het gebrek aan transparantie maar zeer beperkt is geweest. De rechtbank ziet daarom aanleiding tot een aanvullende matiging van € 5.000 (zodat een boete van € 10.000 en tweemaal een boete van € 5000 voor de drie overtredingen worden opgelegd). Dit betekent dat iedere overtreder een bestuurlijke boete zal moeten voldoen van in totaal € 20.000.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken