Rb. Rotterdam 25 augustus 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7117

De ACM heeft een boeterapport uitgebracht omdat eisende partij volgens de ACM het verbod tot het beperken van de concurrentie heeft overtreden. De ACM heeft niet binnen de termijn van artikel 5:51, eerste lid, van de Awb naar aanleiding van het boeterapport een boetebesluit genomen. Voordat een boetebesluit kan worden genomen acht de ACM een nader boeterapport nodig. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat het opstellen van een nader rapport in het kader van een boetezaak niet tot gevolg heeft dat de termijn wordt opgeschort totdat verweerder het nadere rapport heeft uitgebracht. Het enkele verstrijken van de beslistermijn van artikel 5:51, eerste lid, van de Awb staat niet aan het uitbrengen van een aanvullend boeterapport in de weg. In dit beroep niet tijdig beslissen gaat het om de vraag of verweerder te laat heeft beslist en zo ja, wat dan de door de rechtbank te bepalen beslistermijn moet zijn. Datzelfde geldt voor de vragen of verweerder bevoegd is een nader boeterapport uit te brengen, of tijdsverloop in de weg staat aan het doen van nader onderzoek en of het opstellen van een aanvullend boeterapport in de gegeven omstandigheden in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel. Ook de vraag of de Directie Juridische Zaken de bevoegdheid heeft om de Directie Mededinging een aanvullend onderzoek te vragen valt buiten het bestek van deze procedure en kan aan de orde worden gesteld in een eventuele procedure over een eventueel op te leggen boete. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen is gegrond. Verweerder heeft nog geen besluit genomen. Er zijn omstandigheden die een langere beslistermijn dan de termijn van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb rechtvaardigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen