Rb. Rotterdam 3 augustus 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:6882

Internationaal contractueel geschil. In conventie vordert een Nederlands bedrijf, Bogenda, dat werkzaam is op het gebied van scheepsbouw- en scheepsreparatiewerkzaamheden, vergoedingen van vier SSC’s (shared service companies) uit de Seychellen, gedaagden, wegens werkzaamheden aan de vier sleepboten van deze SSC’s. Eindvonnis na tussenvonnis: ECLI:NL:RBROT:2019:10375. Verzoek gehonoreerd om terug te komen van bindende eindbeslissing over de toepasselijkheid van de Metaalunievoorwaarden. Bewijsbeoordelingen. Buitengerechtelijke ontbinding. Ontbreken van instructies van de SSC’s aan Bogenda om haar werkzaamheden voort te zetten. Deze ontbindingsgrond was aanvankelijk in deze zaak nog niet aangevoerd. Geen sprake echter van een gebrek dat eerst na de buitengerechtelijke ontbinding aan het licht is gekomen in de zin van HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4850, NJ 2008/605 (Amsing-Dijkstra-Post). Beroep op retentierecht door Bogenda maar geen havengelden verschuldigd door de SSC’s. Geen zaakwaarneming (namelijk). Verzet door de SSC’s tegen uitvoerbaarverklaring-bij-voorraad. Belangenafweging. Bogenda niet gehouden zekerheid te stellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken