Rb. Rotterdam 8 juni 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4769
Eiseres maakt € 200.000,- over op een bankrekening die op naam staat van een op dat moment ontbonden VOF. De VOF is voortgezet door een besloten vennootschap, gedaagde sub 1, maar de tenaamstelling is nooit gewijzigd. Het is evident dat de overboeking een vergissing betrof. Gedaagden sub 1, 2 en 3 verschijnen niet in de procedure, zodat tegen hen verstek wordt verleend. Gedaagden sub 4 en 5 hebben als (indirect) bestuurders van gedaagde sub 1 onrechtmatig gehandeld door € 98.943,40 niet terug te storten naar eiseres maar dit bedrag te gebruiken om eigen schulden af te lossen. Gedaagde sub 6 is als bank jegens eiseres (als derde) niet aansprakelijk. De bank wist weliswaar van de rechtsvormwijziging, maar dat enkele feit is niet genoeg om een bijzondere zorgplicht jegens een mogelijke toekomstige beslaglegger aan te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 140 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 475 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 702 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 2:11 BW2
- Artikel 6:83 BW6
- Artikel 6:101 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:203 BW6
- Artikel 16 Wwft