Rb. Rotterdam 17 mei 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4072
Wrakingsverzoek afgewezen met bepaling dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze procedure niet meer in behandeling wordt genomen. De uitleg van de drie rechters van de wrakingskamer dat en waarom er geen uitstel wordt verleend is niet onbegrijpelijk en zeker niet zo onbegrijpelijk dat deze een schijn van partijdigheid oproept. Geen aanwijzing voor partijdigheid van een van de leden van de kamer. Zij was op het moment van indienen van het wrakingsverzoek niet bekend met de aangifte van verzoeker jegens haar en de door verzoeker bij de rechtbankpresident ingediende klacht. Voorts is het verzoek om het aangekondigde getuigenverhoor nog niet ingediend, zodat de rechter hiervan niet op de hoogte kon zijn. Inmiddels tweede wrakingsverzoek; eenmaal jegens de behandelend rechter (in de hoofdprocedure), eenmaal tegen de rechters van de wrakingskamer en separaat tegen een van de rechters uit de wrakingskamer. Verzoeker grijpt telkens naar het middel van wraking zodra een verzoek van hem niet wordt gehonoreerd dan wel zodra zich in zijn zaken enige andere omstandigheid voordoet die hem onwelgevallig is. Misbruik van het wrakingsmiddel.