Rb. Rotterdam 20 mei 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4071

Wrakingsverzoek afgewezen met bepaling dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze procedure niet meer in behandeling wordt genomen. De toelichtingsbrief c.q. het aanvraagformulier kort geding behoort niet tot het procesdossier en behoort niet tot de stukken op basis waarvan een beslissing in kort geding wordt genomen. Op het verzoek tot het horen van een getuige zou bij kortgedingvonnis zou worden beslist. De derde wrakingsgrond, dwalingen van de rechtbank omtrent de bewijslast van verzending, betreft geen bezwaren tegen de gewraakte rechter zelf en behoeft geen verdere bespreking. De voorzieningenrechter heeft de zaak aangemerkt als spoedeisend. Beoordeling van een spoedeisend belang is een procesbeslissing van de rechter. Geen aanwijzing voor vooringenomenheid van de rechter, laat staan een zwaarwegende aanwijzing. Inmiddels het derde wrakingsverzoek in deze zaak. Verzoeker grijpt telkens naar het middel van wraking zodra een verzoek van hem niet wordt gehonoreerd dan wel zodra zich in zijn zaken enige andere omstandigheid voordoet die hem onwelgevallig is. Misbruik van het middel van wraking.

De uitspraak op rechtspraak.nl