Rb. Rotterdam 29 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2500

De verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan meerdere misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan, gelet op de eerdere veroordelingen en het als hoog ingeschatte recidiverisico. De rechtbank stelt vast dat de tot op heden aan de verdachte opgelegde straffen er niet toe hebben geleid dat het criminele gedrag van de verdachte is beëindigd. Voorts onderschrijft de rechtbank de conclusie van de reclassering dat oplegging van de ISD-maatregel is aangewezen. Gelet op de door de verdachte steeds weer veroorzaakte overlast en schade staat op dit moment het belang van de samenleving voorop. De veiligheid van personen of goederen vereist dat niet kan worden volstaan met een voorwaardelijke straf of maatregel met bijzondere voorwaarden, maar dat aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren wordt opgelegd. De rechtbank bepaalt dat er -vanwege de hardnekkige verslavingsproblematiek van de verdachte en de tijd die gemoeid zal zijn om te komen tot gedragsverandering- geen aftrek van de voorlopige hechtenis kan plaatsvinden. Om dezelfde reden zal de rechtbank -anders dan door de raadsman is bepleit- ook niet ambtshalve beslissen dat tussentijds de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel dient te worden beoordeeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen