Rb. Rotterdam 24 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2378

Verzoek om handhavend op te treden wegens misleidende informatie op vier verschillende zuivelproducten. Verweerder heeft het verzoek aanvankelijk ondeugdelijk gemotiveerd afgewezen, zodat het beroep gegrond is. Ter zitting heeft verweerder er onder verwijzing naar zijn besluitvorming in de zaak met zaaknummer ROT 20/4002 echter terecht op gewezen dat uit Verordening (EU) 1308/2013 volgt dat de aanduiding ‘plantaardig’ bij smeerbare vetten mag worden gebruikt indien het product alleen vet van plantaardige oorsprong bevat, met een tolerantie voor dierlijk vet van 2% van het vetgehalte. Omdat tussen partijen niet in geschil is dat de zuivelproducten geen dierlijke vetten bevatten en de dierlijke ingrediënten op de ingrediëntenlijst staan vermeld, heeft verweerder terecht geconcludeerd dat geen sprake is van misleiding als bedoeld in Verordening (EU) 1169/2011 en aan de afwijzing van het handhavingsverzoek alsnog een deugdelijke motivering ten grondslag gelegd. Overschrijding redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken