Rb. Rotterdam 9 december 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10723
Zware mishandeling, de dood te gevolg hebbend (art. 302 lid 2 Sr.). Strafmaat: 8 jaar GS met aftrek van voorarrest, na eis van 6 jaar. Toewijzing materiële schade (kosten lijkbezorging en gederfd levensonderhoud) en affectieschade, een en ander tot totaalbedrag van ruim €170.000. Geen eigen schuld in de zin van art. 6:101 BW. Grotendeels verwerping van verweer dat de verdediging onvoldoende gelegenheid had zich tegen de omvangrijke vorderingen te verweren. Schatting vergoeding gederfd levensonderhoud. Verband tussen confrontatie met ernstige gevolgen van het strafbare feit en geestelijk letsel onvoldoende komen vast te staan; vorderingen ter zake schokschade niet-ontvankelijk verklaard. Onderscheid vergoeding wegens andere aantasting in de persoon en affectieschade onvoldoende duidelijk; eveneens niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl