Rb. Rotterdam 9 november 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10685
Dekman van ECT struikelt en valt tijdens uitvoering werkzaamheden in het (openstaande) scheepsruim van het schip van Cosco en lijdt schade – geschil tussen Cosco en ECT over voor wiens rekening die schade moet komen – regresvordering ECT jegens Cosco – gevorderde verklaring voor recht van ECT dat Cosco aansprakelijk is voor het ongeval van de dekman wordt afgewezen (3:302 BW) – toepasselijkheid aanvaringsbepalingen artikel 8:540 en verder BW – sprake van schuld van het schip in de zin van artikel 8:544 BW (en Casuele/De Toekomst)? – de initiële en directe oorzaak van het ongeval is (voorshands) toe te schrijven aan de aanwezigheid van rondslingerend sjormateriaal (een spanschroef) op de catwalk, wat kwalificeert als een fout van de bemanning van het schip en derhalve als schuld van het schip waarvoor Cosco in beginsel aansprakelijk is – eigen schuld van de dekman aan het ongeval (artikel 6:101 BW) omdat in strijd met de veiligheidsinstructies is gehandeld (het doen verwijderen van het luik boven het scheepsruim en het niet stilleggen van het werk bij constatering van gevaarlijke situaties en onregelmatigheden aan boord).
De uitspraak op rechtspraak.nl