Rb. Rotterdam 29 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9640
Bemiddeling voor een professionele voetballer. Voortijdige beëindiging. Beroep op art. 7:411 BW faalt door gewoonte die afwijkt van art. 7:405 lid 1 BW en art. 7:406 lid 1 BW. Onvoldoende gebleken dat na de beëindiging van de bemiddeling – los van het eigen belang – nog substantiële werkzaamheden voor de voetballer zijn verricht. Afwijzing vorderingen in conventie, incidentele vordering ex art. 224 Rv en reconventionele vordering ex art. 843a Rv.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 224 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 244 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1022 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:10 BW1
- Artikel 6:200 BW6
- Artikel 7:400 BW7
- Artikel 7:405 BW7
- Artikel 7:406 BW7
- Artikel 7:411 BW7
- Artikel 3 Waadi
- Artikel 3