Rb. Rotterdam 11 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:8323

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling van een geldboete van € 25.000,00 voor 1) opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd en 2) andere dan de in de artikelen 217 en 218 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde merken, die krachtens wettelijke voorschriften op goederen of hun verpakking moeten worden geplaatst, daarop valselijk plaatsen, met het oogmerk om die goederen te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof de daarop geplaatste merken echt en onvervalst waren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen