Rb. Rotterdam 20 mei 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:4346

Om aanspraak te kunnen maken op verzekerde geneeskundige GGZ en dus om uiteindelijk als zorgaanbieder de DBC in rekening te kunnen brengen bij de zorgverzekeraar, moet er sprake zijn van een psychische stoornis en om dat laatste te bepalen moet de gestelde diagnose worden geclassificeerd op grond van de DSM en specifiek voor de hier in het geding zijnde periode: de DSM-IV-TR. De rechtbank overweegt dat de classificatie als OSS niet, althans niet op basis van de dossiers, voldoet aan het in DSM-IV-TR genoemde gemeenschappelijke kenmerk van somatoforme stoornissen en dat evenmin is voldaan aan het B-criterium van OSS. De betwisting van HSK is onvoldoende om twijfel te zaaien bij het standpunt van de NZa dat sprake is van burn-out. De conclusie is dat NZa zich terecht op het standpunt stelt dat HSK artikel 35, eerste lid, onder e, van de Wmg heeft overtreden. De behandeling volgens het burn-out protocol van HSK is hoofdzakelijk gericht op het identificeren en hanteerbaar maken van de oorzaken van de klachten en niet op de gevolgen van de onverklaarde somatische klachten en daarmee past die behandeling niet bij de door HSK gestelde diagnose OSS. Dat betekent dat HSK zorg gericht op de behandeling van burn-out klachten in rekening heeft gebracht. Burn-out klachten vallen echter niet onder de volgens het basispakket verzekerde zorg voor de Zvw en behandelingen daarvoor worden niet vergoed op grond van de zorgverzekering. De conclusie is dat NZa zich terecht op het standpunt stelt dat HSK artikel 35, eerste lid, onder c, van de Wmg heeft overtreden. HSK heeft geen gronden aangevoerd tegen de hoogte van de boete. Gelet op de lange duur van de overtreding en het daarmee door HSK behaalde voordeel acht de rechtbank de opgelegde boete passend en geboden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen