Rb. Rotterdam 26 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:4092

De rechtbank heeft de zaken heropend om de procespartijen in de gelegenheid te stellen zich uit te spreken over de gevolgen van H.K. tegen Estland, het recent gewezen arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, voor de communicatiegegevens die zijn opgenomen in het procesdossier en die zijn gevorderd op basis van artikel 126n Wetboek van Strafvordering. De rechtbank oordeelt allereerst dat in onderhavige zaak sprake is van het opvragen van communicatiegegevens ten behoeve van de bestrijding van zware criminaliteit waarvoor het opvragen van die gegevens is toegestaan. Nu de officier van justitie de communicatiegegevens heeft opgevraagd, is er sprake van een vormverzuim, aangezien de officier van justitie niet kan worden beschouwd als een onafhankelijke autoriteit. Omdat de ernst van het verzuim beperkt is en de verdachte geen nadeel heeft geleden door het verzuim, volstaat de rechtbank met de vaststelling van het verzuim. De verdachte wordt voor de ten laste gelegde diefstal met geweld veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken