Rb. Rotterdam 22 maart 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:2298

Deze boetezaak is vereenvoudigd afgedaan, omdat het beroep kennelijk ongegrond is. De verzetrechter verklaart het verzet gegrond. Door opposante zijn in verzet argumenten naar voren gebracht, die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd als wel een zitting zou zijn gehouden voordat op het beroep werd beslist. De verzetrechter doelt hier bijvoorbeeld op de verzetgrond dat de rechtbank de beroepsgrond – zoals getoetst in overweging 11 van de uitspraak van 18 september 2020 – verkeerd heeft weergegeven. Opposante had onder andere deze beroepsgrond verder kunnen verduidelijken op een zitting indien geen toepassing was gegeven aan artikel 8:54 van de Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen