Rb. Rotterdam 11 januari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1844

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel, artikel 7:11 Wvggz. Het is de rechtbank duidelijk dat in beginsel ambulante behandeling aangewezen is, waarbij eigen verantwoordelijkheid en autonomie centraal staan. Hoewel deze gedragskundige inslag begrijpelijk is, is de rechtbank van oordeel dat het ernstig nadeel op dit moment onvoldoende kan worden voorkomen of afgewend door behandeling in een ambulant kader. Op dit moment wordt verwacht dat betrokkene komende week voldoende gestabiliseerd zal zijn om op 19 januari 2021 de accommodatie te verlaten, maar in het verleden is heropname herhaaldelijk nodig gebleken. Ondanks de te verwachten stablisatie zal sprake blijven van een fragiel evenwicht waarbij betrokkene bovendien de overgang zal hebben te maken van een verblijf in de (separreerruimte van de) kliniek naar een (vooralsnog ongewis) verblijf buiten de accommodatie. Om de gezondheid en veiligheid van betrokkene en die van anderen daarbij te borgen, verleent de rechtbank de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen