Rb. Rotterdam 14 december 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:13756
De ACM heeft op grond van artikel 12w Instellingswet ACM besloten een marktverkenning die in haar opdracht door KPMG is uitgevoerd te publiceren. Chipsoft is het daar niet mee eens. De voorzieningenrechter stelt bij haar beoordeling voorop dat in deze zaak, anders dan bij de inzet van de bevoegdheid van een bestuursorgaan om een sanctiebesluit of een boeterapport openbaar te maken, niet de toetsingsmaatstaf is of in het te publiceren besluit of rapport de betrokkene of betrokken onderneming terecht als overtreder wordt afgeschilderd. Het gaat immers niet om het vaststellen van een overtreding noch een vermoeden daarvan. Daar komt bij dat het te publiceren KPMG-rapport niet een rapport is dat door de ACM zelf is opgesteld, maar in haar opdracht is vervaardigd door KPMG. Het betreft verder een marktverkenning, dus niet een uitputtend onderzoek. Met betrekking tot de gestelde feitelijke onjuistheden merkt de voorzieningenrechter op dat veel kanttekeningen van eiseres zien op het onderzoek als zodanig. Ook bijlage 4 bij het verzoekschrift ziet grotendeels niet op feitelijke onjuistheden, maar op waardering van eiseres van de antwoorden die naar voren zijn gekomen in de enquêtes en interviews en op de omvang van het onderzoek. De omstandigheid dat eiseres een breder marktonderzoek wenst waarbij klemmende wetgeving en ook het gedrag van ziekenhuizen wordt beoordeeld, maakt niet dat KPMG bevooroordeeld te werk is gegaan. De voorzieningenrechter volgt evenmin de stelling van eiseres dat de vermelding in het KPMG-rapport van het marktaandeel van eiseres niets met het onderwerp van het onderzoek van doen heeft. De omstandigheid dat eiseres een marktaandeel heeft van 67% is immers een relevant gegeven bij een marktverkenning.
De uitspraak op rechtspraak.nl