Rb. Rotterdam 21 december 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:13469

Minderjarige is erkend door de duomoeder. Verwekker verzoekt vernietiging erkenning en vervangende toestemming erkenning. Verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoeken, omdat hij niet in de opsomming van artikel 1:205a, lid 1 BW voorkomt. Beoordeling naar de criteria van HR 12-11-2004, NJ 2005, 248. Verwekker heeft tijdig om vervangende toestemming voor erkenning kunnen vragen, ook nog na het einde van de relatie met de moeder. Dat hij daarmee drie jaren heeft gewacht komt voor zijn rekening en risico. Toepassing van de strikte maatstaf. Verwekker niets gesteld ten aanzien van het door de moeder aan de duomoeder geven van toestemming voor de erkenning met geen ander doel dan de belangen van de verwekker te schaden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken