Rb. Rotterdam 8 december 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:12830
Beschikking betreffende een zorgmachtiging aansluitend op een zelfbindingsverklaring als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De officier verzoekt de verplichte vorm van zorg ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het nakomen van ambulante afspraken na ontslag uit de kliniek’ op de nemen in de zorgmachtiging. Uit de zelfbindingsverklaring blijkt niet expliciet dat betrokkene met deze vorm van zorg instemt. De rechtbank stelt vast dat, hoewel deze vorm niet expliciet in de zelfbindingsverklaring is vermeld, deze vorm wel door betrokkene en haar zorgverantwoordelijke is beoogd.
De uitspraak op rechtspraak.nl