Rb. Rotterdam 7 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:872
Verweerder heeft de rechtbank niet verzocht hem een termijn te bieden om de curator tot overneming van het geding op te roepen, zodat artikel 27, eerste en tweede lid, van de Fw niet van toepassing zijn, terwijl de rechtbank op grond van het hierna volgende geen aanleiding ziet om ambtshalve de curator op de voet van artikel 27, derde lid, van de Fw in de gelegenheid te stellen het geding over te nemen. (…) Door Scoezh is in beroep aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat er nog een vijftal procedures (lees: een procedure tegen vijf besluiten) liep. Die procedure is met voornoemde uitspraak van het CBb ten einde gekomen. De intrekking van de vergunning van Scoezh voor kavel B05 is onherroepelijk. Niet gebleken is dat Scoezh nog belang heeft bij beoordeling van haar beroep. (…) In de brief van Scoezh van 25 augustus 2019 is dezelfde grond als die in de brief van 25 juli 2019 geformuleerd, maar nu namens Youtoo. Youtoo heeft echter geen beroep ingesteld zodat reeds daarom niet aan beoordeling van die grond wordt toegekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl