Rb. Rotterdam 15 januari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:756

Zeevaart. Renvooiprocedure naar aanleding van beperkingszaak Sichem Anne/Margreta. Subrogatie. IPR. Toepasselijk recht. Reikwijdte renvooi. Geen verrekening geïncasseerde ladingbijdrage averij-grosse. Gelet op de bekrachtigde uitspraak van de rechtbank in renvooi van 7 augustus 2013 - die hier als maatstaf geldt - komen slechts (50 % van) de kosten voor het vlot trekken van de Margreta en de kosten voor het bergen van de lading voor vergoeding in aanmerking. Uit dit (door Hof en Hoge Raad bekrachtigde) vonnis volgt niet dat de (regres)vordering - zoals die bij de vereffenaar is ingediend - volledig toewijsbaar is. In het vonnis wordt uitsluitend een oordeel gegeven over de vraag of de regresvordering in het zakenfonds thuis hoort of in een wrakkenfonds. Wel vloeit uit de uitspraken voort dat aan de vorderingen omschreven in artikel 8:752 lid 1 aanhef en onder d en e BW (welk artikel overeenstemt met artikel 2 lid 1 onder d en e LLMC) naar hun inhoud een ruime uitleg toekomt. Hieronder vallen ook na de berging gemaakte kosten. Vervolgens beoordeling van de afzonderlijke regresvorderingen, waaronder hulploon en advocatenkosten (waarvoor in dit geval hetzelfde “regime” geldt).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken