Rb. Rotterdam 2 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6165
Uitreiking gerechtelijk stuk aan rechtspersoon in het buitenland. Rechtbank constateert fout in de Wet USB. De bepaling m.b.t. de uitreiking van gerechtelijke stukken aan natuurlijke personen in het buitenland (art. 36e, derde lid, Sv) is niet langer van overeenkomstige toepassing verklaard op betekening van gerechtelijke mededelingen aan rechtspersonen in het buitenland (art. 36m Sv). Uit de MvT bij de Wet USB blijkt dat dit niet de bedoeling van de wetgever is geweest. De rechtbank leest art. 36m Sv verbeterd, in die zin dat art. 36e, derde lid, Sv ook van toepassing is op betekening van gerechtelijke mededelingen aan rechtspersonen in het buitenland. Oproeping aan de rechtspersoon in het buitenland had moeten worden toegezonden naar het statutaire vestigingsadres. Daarvan is niet gebleken. Oproeping nietig.
De uitspraak op rechtspraak.nl