Rb. Rotterdam 2 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:5676
Ontheffing op grond van artikel 11 van het Besluit bijzondere spoorwegen(Bbs) voor het plaatsen van twee stootjukken voor het te ontwikkelen terrein dat niet meer beschikbaar zal zijn voor spoorvervoer. De rechtbank is niet gebleken dat verweerder buiten het toetsingskader van artikel 11 Bbs is getreden. Hoewel de rechtbank begrip kan opbrengen voor het standpunt van eiseres dat de ontheffingsmogelijkheid van artikel 11 van het Bbs niet geschreven lijkt te zijn voor een situatie als hier aan de orde, staan de tekst en de hiervoor genoemde artikelsgewijze toelichting niet aan verlening van de ontheffing in de weg. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat de ontheffing op grond van artikel 11 van het Bbs een zelfstandig besluit is dat niet afhankelijk is van het van kracht zijn van andere besluiten, zoals een vaststelling of goedkeuring van een bestemmingsplan. De gerechtvaardigdheid van het achterliggende doel van de ontheffing speelt bij een besluit op grond van artikel 11 van het Bbs geen rol.
De uitspraak op rechtspraak.nl