Rb. Rotterdam 23 april 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:3709

Tussenuitspraak. Verzoek om handhaving op grond van de Warmtewet door ACM afgewezen. Oordeel rechtbank: Warmtepomp geen deel van het warmtenet en overdrachtspunt ligt vóór de warmtepomp, waardoor kosten van de warmtepomp geen rol spelen bij de berekening van de maximumprijs. Verplichting ter beschikkingstelling individuele meters, gebreken in bestreden besluit door geen onderzoek te doen naar stelling Eneco over technische haalbaarheid (artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a) en door daarin geen verplichting aan te nemen (artikel 8, tweede lid, aanhef en onder c, van de Warmtewet). Opdracht om in dat verband een nader onderzoek te doen. Ook opdracht nader onderzoek te doen naar een mogelijke andere methode van kostenverdeelsystematiek. Gebrek in bestreden besluit door geen inzichtelijke kostenverdeelsystematiek te hanteren, opdracht om toelichting te geven over de gehanteerde systematiek. ACM zal nader dienen te onderzoeken of de gehanteerde boeteclausule een redelijke voorwaarde is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Warmtewet. ACM heeft ten onrechte niet ook beslist op bepaalde onderdelen van het (aangevulde) handhavingsverzoek en moet dat alsnog doen. Wel heeft ACM in redelijkheid kunnen besluiten het handhavingsverzoek over opzegvoorwaarden op grond van haar prioriteringsbeleid af te wijzen. Ook heeft ACM het verzoek voor zover dat ziet op koppelverkoop tussen levering van warmte en koude kunnen afwijzen en terecht gesteld dat voor de aansluitbijdrage hier aan de orde (niet specifiek in artikel 6 van de Warmtewet genoemd) de Warmtewet haar geen toezichtsbevoegdheden geeft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken