Rb. Rotterdam 16 april 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:3648
Voorwaardelijke invrijheidsstelling. De tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf vangt aan vanaf het moment dat de veroordeelde feitelijk in detentie wordt genomen en niet op het moment dat een arrestatiebevel tegen de veroordeelde is uitgevaardigd. De vordering tot afstel van de voorwaardelijke invrijheidsstelling wordt afgewezen nu niet is gebleken dat de veroordeelde na de tenuitvoerlegging van zijn straf zich ernstig heeft misdragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl