Rb. Rotterdam 25 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:3570

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, artikel 7:7 Wvggz. De Wvggz geeft niet de mogelijkheid om de verplichte zorg zoals opgelegd bij de voortzetting van de crisismaatregel te wijzigen. De rechtbank sluit uit dat dit de bedoeling is geweest van de wetgever. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het mogelijk moet zijn om aanvullende verplichte zorg die nodig is om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te kunnen wegnemen, op te leggen in een situatie dat een verzoek zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Hoewel anders dan bij een zorgmachtiging (artikel 6:6 lid 4 Wvggz) artikel 7:10 Wvggz niet voorziet in het vervallen van een voortzetting crisismaatregel als een nieuwe crisismaatregel ten uitvoer wordt gelegd, is de rechtbank van oordeel dat het systeem van de wet dat rechtsgevolg wel beoogt. De tenuitvoerlegging van een nieuwe crisismaatregel doet daarom een lopende voortgezette crisismaatregel van eerdere datum vervallen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen