Rb. Rotterdam 17 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1445

Beslissing inzake verzoek tot verklaring beëindiging vervolging (artikel 29f Sv/artikel 36-oud Sv). Tegen verzoekster is op 20 maart 2016 een internationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Verzoekster verblijft thans in een vluchtelingenkamp in Noord-Oost Syrië. De rechtbank heeft op 20 februari 2018 een bevel tot aanhouding ter uitlevering gegeven en dit bevel op 20 januari 2019 aangevuld, om de daadwerkelijke aanhouding en uitlevering van de verzoekster te doen bewerkstelligen. Nu de minister hecht aan enerzijds de nationale veiligheid en aan anderzijds de berechting voor een rechter en dus niet noodzakelijkerwijs de Nederlandse rechter en verder gelet op de lange duur van de vervolging en het ontbreken van concrete stappen om verzoekster naar Nederland over te brengen, is de rechtbank onder de huidige omstandigheden van oordeel dat het onredelijk is dat de vervolging in Nederland thans nog langer doorgang vindt. De rechtbank zal gehoor geven aan het verzoek van de officier van justitie deze beslissing enige tijd uit te stellen om alsnog de benodigde voortgang althans duidelijkheid over die voortgang te verkrijgen. Beslist tot aanhouding van het verzoek voor de duur van drie maanden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen