Rb. Rotterdam 5 juni 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4502
De BV vordert schadevergoeding van voormalig statutair directeur vanwege fraude. De BV draagt bewijslast van de gestelde fraude, maar op de directeur ligt in casu een verzwaarde motiveringsplicht. De rechtbank stelt vast dat de directeur op grote schaal en over vele jaren privé-uitgaven heeft gedaan met de zakelijke creditcard, facturen die betrekking hadden op privézaken op naam en voor rekening heeft laten komen van het bedrijf, valse facturen heeft laten betalen door het bedrijf en meer salaris en bonus aan zichzelf heeft toegekend dan hem contractueel toekwam. Daarmee is sprake van ongerechtvaardigde verrijking, onbehoorlijk bestuur en/of onverschuldigde betaling. De gevorderde schadevergoeding wordt toegewezen tot een bedrag van € 1.633.384,40.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 706 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 2:7 BW2
- Artikel 2:9 BW2
- Artikel 2:239 BW2
- Artikel 2:383 BW2
- Artikel 6:83 BW6
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 6:109 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:203 BW6
- Artikel 6:212 BW6
- Artikel 6:228 BW6
- Artikel 7:661 BW7
- Artikel 3:44 BW3
- Artikel 3:52 BW3
- Artikel 3:310 BW3
- Artikel 11 Wgbz