Rb. Rotterdam 23 april 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:3258

Veroordeling van voormalig voorzitter van de Raad van Bestuur en commissaris van een verzekeringsbedrijf, thans 79 jaar oud, tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar en zes maanden, tzv valsheid in geschrift, verduistering in dienstbetrekking, oplichting, aannemen en verzwijgen van steekpenningen van leveranciers van het verzekeringsbedrijf, witwassen van geldbedragen en het voorhanden hebben van een pistoolmitrailleur met munitie. Afweging detentiegeschiktheid. Redelijke termijn vs onderzoekswensen. Teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag vanwege onvoldoende aanwijzingen dat dit geldbedrag is verkregen door middel van of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten dan wel hiermee zijn begaan. Geen schadevergoedingsmaatregel gelet op de complexiteit van de vordering en de lopende civiele procedure.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken