Rb. Rotterdam 6 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2636
Woningcorporatie verkoopt kantoor- en bedrijfspand; verzuimt de overeenkomsten met leveranciers van nutsvoorzieningen te beëindigen. Vordert in conventie de door haar betaalde kosten van die voorzieningen terug van kopers met argument dat kopers voor opzegging hadden moeten zorgen en dus zijn tekortgeschoten. Kopers niet tekortgeschoten. Wel sprake van enige mate van ongerechtvaardigde verrijking. Woningcorporatie heeft aanspraak op redelijke vergoeding. Kopers hoofdelijk aansprakelijk voor schade en wel tot niveau van de basisvoorzieningen die zij in elk geval hadden moeten maken. In reconventie vorderen kopers schadevergoeding omdat in pand nog asbest aanwezig was. Woningcorporatie beroept zich op exoneratie in koopovereenkomst. Beroep daarop niet in strijd met art. 6:248 BW. Beroep van kopers op art. 6:74 strandt op inhoud koopovereenkomst.
De uitspraak op rechtspraak.nl